A.H. van der Elst

A.H. van der ElstA.H. (Arthur) van der Elst (4 maart 1964) is dichter pur sang en een geboren Rotterdammer. Toch noemt hij zichzelf geen Rotterdamse dichter.

Over de stad dus weinig woorden maar niet te onderschatten zaken als de dood, de liefde en zichzelf worden op een licht ironische, soms cynische wijze tegen het licht gehouden.
De poëzie heeft altijd wel een rol in zijn leven gespeeld maar nadat hij in 2012 zonder werk kwam heeft hij het dichten naar een hoger plan getrokken. Het schrijven geeft naast zijn andere levensbehoefte (fotograferen) structuur aan de werkloze dagen. Iedere dag een gedicht behoort inmiddels net zo tot de dag als ontbijten, aankleden en de hond uitlaten.

Na slechts 1 eerdere publicatie in het Parool (2009) en in een grijs verleden bij de Rotterdamse Schrijversschool, is er in 2015 bij Heimdall De Som der dingen van hem verschenen. Afgelopen jaar kroop hij ook nog eens uit zijn ivoren toren en is hij in Rotterdam e.o. zo nu en dan op de diverse podia te horen.

Hij is een dichter die met een fotografisch oog kijkt, observeert en de humor niet schuwt. Zijn gedichten zijn niet groots en meeslepend. Eerder zoekt hij het qua taalgebruik in de eenvoud en het kleine.

De poëzie van Hans Wap, Remco Campert, en Martin Bril zijn voor hem inspirerend. Stuk voor stuk observatoren, en met hen voelt hij zich dan ook het meest verwant.

Deel dit bericht!